Een jaar geleden werd Geert Cluckers aangesteld als voorzitter van Interleuven. Twaalf maanden later blikt hij terug op een intens en leerrijk eerste jaar, waarin samenwerking, ontdekking en vooruitgang centraal stonden. “Binnen de organisatie heeft Interleuven heel wat expertise in huis. Sommige taken die Interleuven op zich neemt en diensten die ze aanbiedt waren mij onbekend. Men mag terecht trots zijn op die expertise en dat ook meer uitdragen.” Die ontdekking ging hand in hand met nieuwe samenwerkingen. “Alles start eerst met het menselijk contact. Ik heb het afgelopen jaar nieuwe mensen leren kennen zoals onze directeur Jessica, gedeputeerden die ik iets minder kende en enthousiaste leden uit de Raad van Bestuur en het dagelijks bestuur van Interleuven.”
Doorbraak na 15 jaar
Een moment waar de voorzitter met bijzondere trots op terugkijkt, is de doorbraak in het dossier van de Kop van Nieuwland in Aarschot. “Het stadsbestuur van Aarschot, Interleuven, de provincie en de POM hebben als verschillende openbare besturen dit dossier ter hand genomen. Het zat al meer dan 15 jaar vast, maar door de koppen bij elkaar te steken en met elkaar te spreken is er al een nieuwe start genomen.”
Volgens Geert ligt ook binnen de Raad van Bestuur een belangrijke sterkte. “Ik was 12 jaar lang voorzitter van PBE en heb dus wel wat ervaring met de werking van bestuursraden. Het valt me op dat deze raad constructief kritisch is en bijgevolg ook erg betrokken. De leden vertegenwoordigen dan ook een ganse streek en de ontwikkeling van deze regio.”
De spelverdeler
Over zijn rol als voorzitter binnen die Raad van Bestuur is hij duidelijk: “Ik ben van nature geen tafelspringer en vind dat je vooral veel moet luisteren naar wat er leeft. Je bent niet continu zelf aan het woord, maar eerder de spelverdeler. Je zorgt ervoor dat iedereen binnen de Raad van Bestuur aan bod kan komen en evenwaardig is. De operationele leiding is voor de algemene directeur en haar managementteam.”
Die verbindende rol komt ook van pas bij de uitdagingen waar Interleuven voor staat. “We moeten Interleuven aantrekkelijk houden voor onze vennoten. Er zijn veel uitdagingen: zoeken van een nieuwe zetel voor ons team, uittreding van de provincie uit de vereniging of het uitbreiden en invullen van de bedrijventerreinen. Overal, maar vooral in onze regio is er nog weinig ruimte voor bedrijventerreinen. Ik zou de ontwikkeling die al jaren in stand-still stond graag zien evolueren. De eerste stappen zijn gezet.”
Naar de toekomst kijkt hij ambitieus. “Als organisatie zijn we afgelopen jaar letterlijk gegroeid. We breiden uit met twee gemeenten: Tielt-Winge en Overijse. We hebben veel expertise en mogen daar meer mee uitpakken. We moeten ook durven zeggen dat we ons op minder taken gaan toeleggen, maar nog meer expert worden in de taken die we doen. Op die manier blijven we een meerwaarde voor onze gemeenten garanderen we onze ondersteuning.”
Lokaal sterker samen
Het regionale perspectief blijft voor Geert de rode draad. “We leven in een sterk en snel veranderende maatschappij. Op elk niveau gaat men samenwerkingen aan om zich structureel en financieel te versterken. En dat is nodig, zowel op nationaal als internationaal niveau, en ook op lokaal niveau. Het grotere belang moet steeds voorrang krijgen. Lokaal sterker samen is niet zomaar een slogan. We zijn een streekintercommunale, dus we werken voor de ganse regio. Samenwerking loont.”
“Als regio hebben we ons in het verleden soms mooie projecten laten afsnoepen omdat er binnen andere regio’s sterker en nauwer werd samengewerkt. Kijk maar naar Limburg. Dat moet in deze innovatieve regio ook zeker kunnen werken en ik merk dat de neuzen steeds meer in dezelfde richting staan. Op cultureel vlak zetten we ons binnen deze legislatuur op de kaart via LOV 2030, laat ons dit ook op economisch en ruimtelijk vlak doen.”
De fiere Oost-Brabander
Tot slot deelt hij nog een persoonlijke reflectie: “Het is een hectisch jaar geweest op veel vlakken, maar goed waken over de agenda en kalm blijven doet wonderen. Ik heb vooral geleerd dat we binnen onze regio zeer fier mogen zijn over wat al gerealiseerd is en dat we nu onze rug mogen rechten en uitdragen wie we zijn. De Oost-Brabanders hebben heel wat in hun mars, maar zijn vaak te bescheiden hierin. Als burgemeester en voorzitter heb ik mooie projecten mogen zien. Meer van dat!”